wat een onzin

Dat je de comments onder artikels op Facebook soms beter niet kan lezen, weten we allemaal. Maar een nieuwe bron van ergernis bevindt zich niet op de social media, maar op de websites van kranten zelf: opinieartikels van mensen die geen idee hebben waar ze over schrijven. 

Iedereen heeft het recht tot een mening. Laten we daar mee beginnen. Van mij zul je niet horen dat mensen ergens geen mening over mogen hebben, gewoon omdat ze zich er niet dagelijks mee bezig houden of zich een expert kunnen noemen. Maar wanneer mensen een publiekelijk platform krijgen om te spreken over iets waar ze niks van weten, gaat het me toch een beetje te ver.

Ik lees steeds vaker opiniestukken van mensen die schrijven over een bepaalde trend, een actualiteit of een gedachtegoed, zonder dat ze weten waar het exact over gaat. Zo schreef recent iemand een artikel over hoe feminisme het probleem van de multiculturaliteit uit de weg gaat.

Als voorbeeld gebruikte deze meneer de heisa rondom Boef (een rapper die een aantal vrouwen hoeren noemde nadat ze hem hadden geholpen omdat hij een platte band had). Volgens hem maakt de Me Too beweging van alle mannen vijanden, terwijl hij beweert dat er toch ook wel echt een groter probleem ligt bij mannen uit andere culturen.

Wat hij niet begrijpt, is dat het heel ironisch is dat hij de Boef situatie als voorbeeld gebruikt. Boef wordt namelijk zeer hard veroordeeld voor zijn daden. Bart de Pauw, een blanke Belgische man, daarentegen, werd zelfs na bewijs voor zijn stalken van vrouwen op Facebook gesteund door speciale ‘Ik steun Bart de Pauw’-groepen én werd verkozen tot man van het jaar door Humo.

Dat laat maar weer eens zien dat we seksisme in onze eigen cultuur constant goed praten, maar het van mensen met een andere achtergrond niet kunnen accepteren. Om te doen alsof seksisme niet diepgeworteld is in onze Westerse samenleving, is om rond te lopen met oogkleppen en oordoppen.

Los van de thematiek, los van mijn tegenstrijdige mening met deze opinieschrijver, erger ik me aan het feit dat hij er zo weinig over heeft nagedacht. Dat mensen opinies kunnen schrijven, en deze op grote platforms gepubliceerd kunnen worden, zonder dat ze maar een beetje onderzoek doen. Want hoe makkelijk is die ironie te bespeuren.

Bij deze dus mijn pleidooi voor schrijvers van opiniestukken: doe potverdorie weer eens je best.  Ik wacht in spanning op het moment dat ik weer een opiniestuk in de Nederlandstalige kranten mag lezen dat me irriteert en uitdaagt in haar slimheid, ik mis het.

Advertenties

Sorry hier, sorry daar

Dag 17. Ik ben hier minder goed in dan ik zou willen zijn. En dan heb ik het over bloggen, maar vooral over vegan zijn. Niet omdat ik het zelf niet kan. Vegan boodschappen doen is een uitdaging, maar echt moeilijk kun je het niet noemen. Het is iets anders.

Het sociale aspect is wat me het meest in de weg zit.  Mensen die zo lief zijn om lunch voor je te regelen. Hoe kun je nee zeggen tegen een broodje kaas dat met zoveel liefde voor je belegd is?

Dat probleem had ik al toen ik vegetarisch werd. In restaurants werd de menukaart steeds kleiner. Nu wordt zelfs de kaart in een broodjeszaak plots beperkt tot maar één optie. Ergens is het misschien ook wel praktisch. Dat je in je haast om lunch te halen geen keuze meer hoeft te maken. Eigenlijk is het diep triest dat er zo weinig opties zijn.

Maar ik voel me zo lastig. Nee, ik eet niet alleen salades en nee, ik ben geen koe-knuffelende hippie. Maar “ik ben 40 dagen vegan” klinkt soms net zo vuil en verwaand als “ik heb voor kerst een Chanel handtas gekregen”.

Sorry zeggen voor wat je wel of niet eet is iets wat ik nog nooit heb hoeven doen in mijn leven. Van kinds af aan leerde ik alles te proeven en was “dat vind ik vies” een verboden zin bij ons thuis. En toch lijkt sorry zeggen omdat je groenten niet lust soms meer geaccepteerd te zijn dan zeggen dat je groeten lekker vindt.

Warme choco blues

Dag 3. Vandaag at ik twee eieren. Schandalig. Ze stonden nog in de koelkast en zouden anders in de prullenbak verdwijnen. Dan maar liever in mijn maag.

Tot nu toe heb ik eigenlijk alleen nog maar lekkere dingen gegeten. In de supermarkt moet ik tien minuten langer doorbrengen, omdat de achterkant van producten ineens leest als literatuur. Als een ware Sherlock Holmes struin ik de schappen af naar aanwijzingen. Zelfs paprika chips blijken niet onaangetast door deze sluipmoordenaar, melk.

Na een halfuur door mijn favoriete blog te scrollen, De Groene Meisjes, vond ik een recept waar ik vandaag wel zin in had. Gnocchi met paddestoelen en roomsaus (http://www.degroenemeisjes.nl/portobellos-en-gnocchi-in-romige-saus/). Het was net kerst. Zó lekker. In plaats van asperges gebruikte ik de halve courgette die ik nog had en een paar uur later droomde ik nog van mijn avondmaal.

Mijn allerzwakste moment was toen ik donderdagochtend op mijn werk binnen strompelde. Ik had suiker nodig. Normaal glip ik dan de kantine in en maak ik een warme choco – de enige warme choco uit een automaat die ik ooit lekker heb gevonden, danku Antwerp Management School. Deze keer bleef het bij een thee. Ik probeerde mezelf nog wat goede moed te geven door te genieten van het geluid dat het lepeltje maakte tegen de zijkanten van de mok. Maar thee is geen warme choco.

40 dagen anders

1 maart, de eerste dag van ’40 dagen zonder vlees’. Gewoontegetrouw doe ik mee, maar deze keer een beetje anders. Het voelt alsof ik een geheimpje heb. Een gênant geheimpje zelfs. Elke keer als ik het iemand toefluister maak ik me klaar voor een storm van kritiek.

Vanaf vandaag ben ik 40 dagen veganistisch. Mijn vader zou zeggen: “Vind je dat niet een beetje ver-gaan-istisch?” Maar ik blijf erbij. Ik ben al een jaar vegetarisch – met wat uitzonderingen hier en daar – en de stap naar veganisme kan toch niet zó groot zijn. Toch ben ik wel wat nerveus. Of dat van angst is of gewoon omdat ik benieuwd ben wat ik vandaag ga eten, geen idee. Al meer dan een week heeft mijn enige veganistische kookboek mijn bureau niet meer verlaten. Als ik twijfel, kijk ik snel naar haar mooie kaft en denk ik aan alle lekkere gerechten die ik ga kunnen koken.

Ik schrijf hier overigens niet over omdat ik mezelf een soort messias voel die na deze 40 dagen iedereen overtuigd heeft dat veganisme the way to go is. Schrijven helpt. 40 dagen veganistisch en 40 dagen bloggen lijken me een goede combinatie. Zodat ik niet alleen kan delen wat ik eet (for future reference), maar ook kan delen wat ik verder (mentaal) meemaak.

Met een soyayoghurt en een extra vitaminepilletje naast mijn laptop staar ik stoer in de verte. Mijn gedachten dwalen af naar de pure chocolade die ik gelukkig wel mag eten.

Luister altijd naar je mama

“Je moet een blog beginnen Donna.” “Goed idee, mama.” 

 

Ik moet meer gaan schrijven, ik weet het. En ik doe het zo graag. Dingen van me afschrijven, met mensen delen waar ik mee bezig ben, wat er in me om gaat.

Normaal zijn mijn schrijfsels bijna uitzonderlijk bij studentenmagazine dwars te vinden. Hoewel ik daarbuiten eigenlijk geen tijd heb om te schrijven, ga ik het toch gewoon doen. “Just do it” en al dat gezeik. Hoe vaak ik al “opnieuw ben begonnen met schrijven” weet ik niet eens meer. Hetzelfde geldt voor hoe vaak een eerste blogpost lacherig begon met “ik heb al zo vaak een blog gehad”.

Hoe weinig tijd ik ook heb, ik geloof er heilig in dat gaan voor wat je graag doet altijd voorrang heeft. Of toch altijd het proberen waard is.

 

Oké, een plan dus.

Eerder schreef ik op deze blog al wat in het Engels, maar toch ga ik hier ook wat in het Nederlands schrijven. Of zelfs voornamelijk in het Nederlands schrijven.

En waarover dan? Alles wat in me opkomt. Maar vooral:

  • leven in Antwerpen
  • politiek
  • eten
  • boeken

 

Een introductie, een motivatie én een plan. Kan niet meer misgaan.